top of page
joost-dewicke.jpg

Biografie

Joost Dewicke is 51 en Siska Van Loo 47 jaar oud. Joost groeide op in een landbouwersgezin en Siska rolde dankzij de liefde de wereld van de landbouw in. Met z’n twee runnen ze het bedrijf dat ze in 1999 overnamen van Joost zijn ouders. Ondanks een duidelijke taakverdeling springen ze ook allebei in waar nodig. Dat is het mooie aan samenwerken als koppel, de ander is er altijd en weet waar er hulp nodig is. Daarnaast hebben ze drie dochters die balanceren op de rand van volwassenheid. Eentje die studeert, eentje die werkt en eentje die op de middelbare school zit. Drie zelfstandige dochters die helpen waar ze kunnen op de boerderij. 

Tussen de legkippen en de suikerbieten

In Ramskapelle, diep in de West-Vlaamse polders, liggen de akkers van Joost en Siska. Dat we vlakbij Nieuwpoort zijn, merk je aan de aanwezigheid van vakantiehuizen tussen de velden. Terwijl het wegennet in het centrum van het land muurvast zit door de sneeuw, is van die drukte in Ramskapelle weinig te merken. In tegendeel, de sneeuw geeft de velden en boerderijen een sprookjesachtig laagje. En ook het huis van Siska en Joost lijkt uit een sprookje te komen, met rood-witte luikjes rond de ramen en schapen voor de deur. 

​

Hoe ziet jullie bedrijf eruit? Welke dieren hebben jullie of welke gewassen telen jullie?

In totaal hebben we 140 hectaren grond. Daarover verspreiden we verschillende teelten: tarwe (70 hectaren), bieten (25 hectaren), aardappelen (10 hectaren), vlas (18 hectaren), dorsmaïs (7 hectaren) en grassen (10 hectaren). Daarnaast hebben we ook legkippen. Met zoogkoeien stopten we enkele jaren geleden door een gebrek aan tijd. Vleesvee doen we ook nog, maar op heel kleine schaal: tien tot twintig dieren. We doen dat vooral voor de stalbezetting. De schapen die je ziet aan het woonhuis zijn er voor het onderhoud van het grasland op en rond de hoeve. Zo blijft alles netjes rond de stallen en hoeven we zelf het gras niet af te rijden (lacht).

 

In welke activiteiten hebben jullie jullie gespecialiseerd? Is dat anders dan wat de (groot)ouders deden?

Mijn broer en ik zijn de derde generatie. De ouderlijke hoeve is gelegen in Stuivekenskerke (Diksmuide). Mijn broer wou daar blijven bij de melkkoeien. Mijn ouders gingen dus op zoek naar een tweede boerderij. In 1989 ben ik dan, samen met mijn ouders, naar hier verhuist.  Op dat moment was hier enkel akkerbouw aanwezig.  

 

Omdat de tarweprijzen in die tijd héél laag waren, zochten we alternatieven om het bedrijf rendabel te maken. Samen met enkele specialisten in het vak besloten we een stal te bouwen voor 38.000 legkippen. Onze zelfgekweekte tarwe gebruiken we als voeder voor de kippen. In 1999 ben ik dan gehuwd met Siska en hebben wij het bedrijf overgenomen. 

Maar kort na de overname was er plots sprake van het kooiverbod voor legkippen. Na jaren discussies en overleg met dierenorganisaties besliste Europa uiteindelijk dat vanaf 1 januari 2012 de huisvesting van kippen in klassieke kooien verboden werd. Voor legkippenkwekers sloeg dit nieuws in als een bom.

 

Dat was voor ons niet anders. We hadden net een overname en een grote investering gedaan en we waren al niet meer in orde met de nieuwe wetgeving. Onze nieuwe stal was nog niet afbetaald of we moesten al nadenken over afbraak of verbouwingen. Maar hoe moeilijk ook, veel keuze hadden we niet. Het was stoppen of verbouwen. 

 

Na vele bedrijfsbezoeken besloten we toch verder te gaan in de legkippensector. De bestaande stal brachten we in orde volgens de wetgeving, en we bouwden er een scharrelstal en loods bij. Met een installatie voor het mengen en breken van onze eigen tarwe, maïs en andere grondstoffen zouden we tot 70% van ons voeder zelf produceren wat vandaag heel belangrijk is om de kostprijs van het voer te drukken. Het rapen van de eieren gebeurt volautomatisch met een robot die de eieren stapelt op de pallets wat de arbeid lichter maakt.

 

Is er iets dat jullie in de toekomst willen veranderen aan de bedrijfsvoering? Bijvoorbeeld specialisatie, andere gewassen/dieren, alternatieve activiteiten, opvolging …

We hebben niet meteen grootse plannen. In de toekomst willen we wel nog een stap verdergaan in het voeder. Idealiter maken we dat helemaal zelf. Maar vandaag hebben we daar onvoldoende tijd voor. Moest één van de kinderen het bedrijf verderzetten, dan krijgen we extra hulp en dan zou het wel realistisch zijn om het voeder van A tot Z zelf te maken. Maar voorlopig is er daar nog geen sprake van.  

 

Het landbouwbedrijf leiden, neemt een groot deel van jullie tijd in beslag. Zijn er ook andere zaken die jullie bezighouden als jullie niet bezig bent met het bedrijf? En vanwaar die interesse/passie?

Niet alleen het landbouwbedrijf vraagt veel tijd. Omdat we in een onzekere sector zitten, zorgden we voor een brede spreiding van onze investeringen. Zo verhuren we ook nog een vakantiewoning ‘Ter Smuide’ in Diksmuide en hebben we thuis een kleine handel voor onze eieren en enkele andere streekproducten. Op die manier  leveren we een klein aandeel van onze eieren zelf rechtstreeks aan bakkers en horeca in de buurt en zetten we onze producten in de kijker.

Vooral die vakantiewoning is leuk ter afwisseling. We komen er telkens nieuwe mensen tegen en die zijn altijd tevreden, want ze hebben vakantie (lacht). Voor echte ontspanning blijft er weinig tijd over. Af en toe een uitstap in het weekend, maar dat is beperkt. Er moeten dagelijks eieren geraapt worden en dat duurt de hele voormiddag. Zondagnamiddag hebben we vrij. En dan gaan we wel eens shoppen met de kinderen in Nieuwpoort of maken we een ritje met de fiets.

 

Het mooie aan de landbouw is dat we onze eigen baas zijn. Als er door de week iets te doen is of we moeten ergens heen voor de dochters, dan kan dat. Die uren halen we dan ’s avonds in of we staan wat vroeger op, dat geeft enige flexibiliteit. Wie voor een baas werkt kan dat niet. We hoeven ook niet in de file te staan voor of na het werk. Dat is een luxe, we verliezen geen tijd.

Ik ben met de landbouw opgegroeid, het was van kleins af aan duidelijk dat ik net als mijn ouders landbouwer zou worden. Niet dat dat moest, maar het was wel vanzelfsprekender dan vandaag. Wij houden van het land en van het resultaat van ons werk. Elke dag is er wel iets nieuws te zien op de velden. Hoewel het ons werk is, genieten we er ook van. 

We houden van het land en van het resultaat van ons werk.

Joost Dewicke en Saskia Van Loo

De gemiddelde burger (consument) staat steeds verder van de landbouw. Ook de politiek kent tegenwoordig meer versnippering, het beleid is globaler, denk aan Europa en de wereldpolitiek. De maatschappelijke en politieke context is dus sterk veranderd ten opzichte van de vorige generatie planters. Zijn jullie (nog steeds) graag landbouwer in deze context? Wat trekt jullie aan in deze stiel of wat hadden jullie graag anders gezien?

Moesten we terug achttien jaar oud zijn, we stapten opnieuw in de landbouw en legden hetzelfde parcours af. Of we het ook aanraden aan onze dochters is een andere vraag. De context is sterk veranderd. Soms vragen we ons af wie dit nog zal blijven doen? Landbouwers moeten grote investeringen doen, maar je weet niet wat er over enkele jaren nog toegelaten zal zijn. Aan welke nieuwe wetten en plichten je zal moeten voldoen.

 

We hebben meer zorgen, meer wetten en meer plichten dan toen wij startten. Vooral die wetgeving is heel frustrerend. Zelfs als je denkt goed bezig te zijn, verandert er weer iets waardoor je toch weer opmerkingen krijgt. Het lijkt alsof we als landbouwer nooit goed genoeg zijn. Ook onze kosten zijn sterk gestegen. De machines die we nodig hebben, kosten veel meer dan vroeger. En ondanks zware investeringen blijft er veel onzekerheid. Als morgen de vogelgriep hier binnenwaait, dan hebben we het daarop volgende half jaar geen inkomsten. We nemen alle mogelijke maatregelen, ontsmetten alles, laten niemand in de stallen, maar zelfs dan is het bang afwachten.

 

Op dit moment telen jullie nog bieten op het bedrijf. Zou dit wel eens kunnen veranderen? Als dat zo is, wat zou jullie ertoe aan (kunnen) zetten om van de bietenteelt af te stappen?

In de polders hebben we weinig alternatief. De suikerbiet is een mooie vrucht en een belangrijke afwisseling voor een vruchtbare grond. Maar natuurlijk is de prijs allesbepalend. Op dat vlak is het geen goede periode. En nu er geen fabriek meer is in Veurne, moeten onze bieten naar Fontenoy. Ze worden dan wel opgehaald, maar het transport is een grote kost. 

Het Mercosur-akkoord is opnieuw slecht nieuws voor de prijs van onze suikerbieten. We horen dat suikerriet veel goedkoper is om te telen. Dus we vrezen dat er meer suikerriet naar onze markten zal komen en dat kan niet positief zijn voor ons. 

 

Zoals gezegd, de doorsnee Vlaamse burger en politici en medewerkers op kabinetten van ministeries van landbouw/omgeving staan soms heel ver af van de landbouwer. Welke boodschap zouden jullie hen willen meegeven?

Dat ze leren luisteren naar ons, zodat ze begrijpen waar het probleem zit. Hier zijn al eerder politiekers over de vloer geweest en dan vallen ze uit de lucht wanneer wij onze realiteit laten zien. Maar eens ze terug op hun post zijn, lijken ze dat te vergeten. Beleid moet gemaakt worden door iemand die de stiel begrijpt en beseft welke impact een verbod of een verplichting heeft. 

 

Wij zouden er veel voor geven om terug wat meer vrijheid te krijgen in ons werk. De papierberg is zo groot geworden dat het bijna een job op zich is. Vandaag hebben we premies nodig om te overleven, maar die premies worden ook gebruikt om ons te beboeten. Dat is de omgekeerde wereld. Dan heb ik liever dat ze geen premies meer geven en dat de consument een eerlijke prijs betaalt voor onze producten. 

 

Een belangrijke boodschap die we nog willen meegeven: zorg voor je eigen landbouwers. Je kan veel invoeren, maar als alle landbouw hier weg is, dan hebben we een probleem. Want eens een landbouwer gestopt is, komt die niet meer terug. En de prijs zal serieus stijgen als we volledig afhankelijk zijn van export. Dat zie je nu al aan de eieren. Er is een tekort door de combinatie van de vogelgriep en steeds minder landbouwers die aan de nieuwe regelgeving kunnen voldoen.  Een ei is nog steeds niet duur, maar gebruik je wel in bijna alles. Als die prijzen blijven stijgen, zal de consument dat voelen. 

Een belangrijke boodschap: zorg voor je eigen landbouwers.

Joost Dewicke

Hoe ervaren jullie de campagne, de verwerking van de bieten, de relatie tot de suikerfabrikanten? Dit jaar of in het algemeen. Wat gaat goed en wat kan beter?

Wij leveren altijd bij de start van de campagne. Dat is niet slecht, want later op het jaar wordt het natter en dit bemoeilijkt het rooien en het inzaaien van de tarwe.  Ik hoor dat de campagne dit jaar goed verloopt, maar eigenlijk volgen wij dat niet zo op eens wij geleverd hebben. 

 

Op welke manier kunnen de federaties bijdragen aan de uitdagingen die je eerder noemde?

Die federaties zijn zeker nodig. Maar ze moeten ons ondersteunen, voor de boeren zorgen en niet voor eigenbelang werken. Deze week was in het nieuws dat de gemiddelde landbouwer 66 uur per week werkt. Dat is nog een onderschatting, want er zat een foutje in de berekening. De federaties zouden een belangrijke rol kunnen spelen door te lobbyen voor flexijobs in de landbouw, want werk is er genoeg.

 

Wij hebben de luxe dat de kinderen af en toe meehelpen. Dat deden ze al van jongs af aan. Maar of ze ook de boerderij overnemen dat is niet vanzelfsprekend en moet voor de volle 100% hun eigen keuze zijn!  Moest dat het geval zijn, dan betekent dat in elk geval dat wij ook niet stoppen met werken als we 65 zijn. Ze zullen onze hulp goed kunnen gebruiken, maar dat doen we met plezier!

bottom of page