
Biografie
Koen Hendrix (°1983) groeide op in een landbouwfamilie in Hoegaarden. Hij studeerde Technische Landbouw en Tuinbouw aan het PIBO in Tongeren. Vandaag runt hij samen met zijn broer Dries een gemengd bedrijf met vleesvee, akkerbouw en loonwerk. Suikerbieten maken daar al generaties lang deel van uit. Koen is actief in het fabriekscomité van Tienen en binnen het Verbond. Hij is getrouwd en heeft drie kinderen.
“Van twee pakjes zaad naar duizend ton oogst: dat blijft wonderlijk”
Het is een zachte herfstdag wanneer ik Tienen binnenrijd. In de verte hangt de typische geur van suikerbieten in de lucht — of die nu echt zoet is, laat ik in het midden. Onderweg kruisen meerdere vrachtwagens met bieten mijn pad. De campagne is duidelijk in volle gang. Even later sta ik aan de rand van een veld waar Dries, de broer van Koen Hendrix, net klaar is met rooien. De bietenhoop tekent het herfstlandschap. Een mooier moment om kennis te maken met Koen Hendrix, landbouwer in hart en nieren, is er niet.
Koen, hoe is jouw landbouwverhaal begonnen?
Landbouw zit echt in mijn bloed. Mijn overgrootvader had al een boerderij, en ook mijn vrouw komt uit een landbouwersfamilie. Ik ben dus letterlijk tussen de tractoren opgegroeid. Na mijn studies landbouw en tuinbouw in PIBO Tongeren ben ik mee in het familiebedrijf gestapt. Vandaag run ik samen met mijn broer Dries en mijn vader — die officieel met pensioen is, maar nog dagelijks helpt — het bedrijf. Mijn oma woont trouwens nog altijd rechtover onze boerderij, ze is 91 en volgt alles nog met grote interesse.
Hoe ziet jullie bedrijf er vandaag uit?
Ons bedrijf is vrij veelzijdig. We hebben een vleesveetak met ongeveer 160 à 170 limousinstieren, daarnaast doen we akkerbouw en loonwerk. Het loonwerk is sinds 2008 een belangrijk onderdeel geworden, en dit jaar draaien we onze twaalfde campagne als loonwerker voor het rooien van suikerbieten.
We werken geregeld met twee à drie jongeren die als zelfstandige loonwerker met ons meewerken tijdens drukkere periodes — dat is een mooie manier om jonge mensen bij het vak te betrekken.
We telen zo’n 90 à 95 hectare, met onder andere tarwe, gerst (voor het vee), maïs, suiker- en voederbieten, chicorei, wortelen, grasland en seizoensaardappelen. De suikerbieten nemen jaarlijks 10 tot 12 hectare in, afhankelijk van de rotatie. We rooien en vervoeren onze bieten zelf naar de fabriek — om de twee weken vertrekken er zo’n acht vrachtladingen richting Tienen.
Hoe verloopt de samenwerking met de Tiense Suikerraffinaderij?
Heel goed, eigenlijk. De communicatie met onze agronoom is vlot, en als er iets is, reageren ze snel. Zeker in een campagne die volgens schema loopt, merk je hoe goed het systeem draait. Ook de controles op tarra via de CBB en het Verbond vind ik heel belangrijk — dat maakt het eerlijk voor iedereen. In andere teelten, zoals wortelen, moet je gewoon aannemen wat de afnemer zegt. Bij de bieten weet je dat het correct verloopt.
Hoe kijk je naar de bietencampagne van dit jaar?
Tot nu toe loopt alles volgens plan. De eerste lading zat aan 18,2° suiker, de tweede aan 19,5° — dat zijn resultaten waar je tevreden mee mag zijn. Het rooien zelf is ook goed verlopen. De voorbije twee jaar waren moeilijker, onder meer door het natte weer. Dan is het echt puzzelen om het juiste moment te vinden. Dit jaar was de bodem aanvankelijk wat hard, maar daarna ging het vlot.
Wat zijn volgens jou de grootste veranderingen en uitdagingen in de bietenteelt?
De grootste verandering is ongetwijfeld de onzekerheid rond de prijs. Vroeger gaf het bietenquotum zekerheid. Banken hielden daar zelfs rekening mee bij een lening — het stond letterlijk voor stabiliteit. Dat is vandaag anders: je weet niet op voorhand wat je voor je bieten zult krijgen.
Wij proberen zo duurzaam mogelijk te werken. Technologie, zoals onze cameragestuurde schoffel, helpt ons om minder chemische middelen te gebruiken en toch efficiënt te blijven.
Koen Hendrix
Daarnaast moeten we als landbouwers steeds meer inspanningen leveren op vlak van duurzaamheid, gewasbescherming en ziektebestrijding. Gelukkig evolueren de machines mee. Met onze cameragestuurde schoffel kunnen we heel precies werken en het gebruik van chemische middelen beperken. Bij bieten combineren we dat met één of twee sproeibeurten, afhankelijk van het seizoen.
De suikerbiet blijft voor ons bedrijf trouwens een belangrijke teelt. Ze past perfect in de rotatie en zorgt voor een gezonde afwisseling. Bovendien heeft de sector een groot regionaal belang: denk aan de werkgelegenheid in de fabriek, bij transporteurs en bij loonwerkers. Dat mag niet onderschat worden. We hebben onlangs nog geïnvesteerd in een nieuwe rooier, dus we hopen dat de teelt rendabel blijft.
Wat vind je zelf het mooiste aan je werk?
Het blijft bijzonder om in het voorjaar iets te zaaien en in het najaar te kunnen oogsten. Dat gevoel van voldoening, wanneer je ziet wat er uit die paar pakjes zaad is gegroeid, dat blijft me verwonderen. Je werkt een heel jaar toe naar dat moment. En als alles volgens plan verloopt, geeft dat echt voldoening.
Hoe vind je balans tussen werk en gezin?
Dat is eerlijk gezegd niet altijd gemakkelijk. De landbouw is geen negen-tot-vijfjob, en bij loonwerk komt daar nog meer onvoorspelbaarheid bij. Als er regen voorspeld wordt, wil iedereen plots snel gerooid worden. Gelukkig begrijpt mijn vrouw dat leven — ze komt zelf uit een boerenfamilie — en ze regelt het gezinsleven met veel geduld. Daar ben ik haar heel dankbaar voor! In de krokusvakantie proberen we altijd een paar dagen weg te gaan, even herademen voor de drukte weer begint.
De suikerbiet maakt deel uit van ons landschap. Zonder opvolging en zonder stabiliteit verdwijnt een hele schakel uit onze voedselketen.
Koen Hendrix
Tot slot: wat wens je de bietensector voor de toekomst?
Stabiliteit, vooral. Een eerlijke prijs, ruimte voor duurzame innovaties en genoeg jonge mensen die de stap nog willen zetten. Want zonder opvolging verdwijnt een hele schakel uit onze voedselketen. En dat zou zonde zijn — de suikerbiet hoort bij ons landschap.